Taisuke Koyama & Takashi Kawashima | POST BODY/NATURE


10 juni – 19 augustus 2017

We nodigen u van harte uit voor de zomertentoonstelling POST BODY/NATURE, een show waarvoor de Japanse kunstenaars Taisuke Koyama en Takashi Kawashima eenmalig samenwerken. In hun fotografische- en videowerken onderzoeken ze, vanuit verschillende perspectieven, de rol van de natuur in ons (post-digitale) tijdperk. Op onnavolgbare wijze bereidden zij een tentoonstelling voor, die hun ingetogenheid ver te boven gaat; u kunt een visuele explosie verwachten die met wetmatige zorgvuldigheid tot eruptie wordt gebracht.
Omdat de kunstenaars vanuit totaal verschillende urgenties tot hun werk komen levert het een bijzonder spannende visuele dialoog op tussen ratio en emotie.
You are cordially invited for the opening of our summer exhibition POST BODY / NATURE, for which Japanese artists Taisuke Koyama and Takashi Kawashima entered into a one time artistic partnership. In their individual photographic and video practices, both explore the role of nature in our (post-digital) era. Now, in their inimitable way, they have created an exhibition that belies their understated demeanour; be prepared for an excessive fireworks brought to combustion with scientific rigor. Arriving at their respective work guided by completely different urgencies, their joining of forces has generated a particularly exciting visual dialogue between ratio and emotion.
over de kunstenaars



De manier waarop Koyama (1978, Tokyo) het medium fotografie benadert ligt in het verlengde van zijn studies Biologie en Mileuwetenschappen. Hij onderzoekt de relatie tussen organische processen en fenomenen, en objecten van menselijke hand waarmee beelden kunnen worden gemaakt. Hoewel fotografie inmiddels een digitale aangelegenheid is, brengt zijn onderzoek hem tot een speelveld waarop de natuurkundige processen die het fotografisch procédé in essentie vereisen en het fysieke object om tot reproductie te komen de belangrijkste spelers zijn. Soms vormen deze spelers een team en soms worden ze als tegenstanders tegen elkaar uitgespeeld. Het manipuleren (of op dit speeldveld ‘blesseren’) van de wetmatige verbindingen tussen proces en object, het rommelen aan de fysieke objecten, en het aantasten van de algoritmische basispatronen zijn mogelijkheden om het spelplezier te beïnvloeden en tot gemanipuleerd beeld te komen.
In de afgelopen jaren heeft Koyama de visuele uitdrukkingsmogelijkheden en zeggingskracht onderzocht van apparaten die data-input genereren, zoals handscanners en digitale microscopen. Hij heeft zich met name gericht op de pluraliteit en vloeibaarheid van de gegenereerde data, wat duidelijk zichtbaar is in zijn werken.
Koyama (1978, Tokyo) approaches the medium of photography in line with his studies in Biology and Environmental Sciences. He investigates the relationship between organic processes and phenomena, and the manmade objects that facilitate their visual capture. Although photography has become predominantly digitalised, his own research brought him to a field where the most important players are the physical processes that photography requires for its existence on the one hand, and the physical objects that we need for the reproduction of the resulting images on the other. Sometimes, these players form a team, and sometimes they find themselves placed as opponents. This field of play Koyama games by manipulating the rational connections between process and object, by tinkering with the physical objects themselves, and through wilful impairment of the algorithmic base rules, in order to arrive at his manipulated images. In recent years, Koyama has been investigating the expressive power of devices that generate data input, such as hand scanners and digital microscopes, focussing in particular on the plurality and fluidity of the data generated, recording the results in his latest works.



Kawashima geeft met zijn werk een heel andere invulling aan de beleving van de natuur. Hij komt uit het gebied waar in 2011 door een zeebeving het leven volledig tot stilstand kwam. In Nederland kennen we dit natuurgeweld als de tsunami die Fukushima verwoestte. We kunnen ons allemaal de desastreuze beelden van de eerste dagen na de impact herinneren. Verschrikkelijke overzichten van totale verwoesting werden op onze journaals begeleid met mogelijke angstaanjagende gevolgen voor ‘ons’ ecosysteem.
Met fictieve visuele verhaallijnen die Kawashima creëert vertelt hij over natuurgeweld van vergelijkbare orde om zo het gesprek over de oorspronkelijke gebeurtenis initiëren.
Dat de gebeurtenis de nietigheid van het menselijk bestaan in één klap duidelijk maakt is evident, maar hoe je daarna tot een emotionele verwerking of een catharsis kunt komen is, en blijft een groot mysterie. Kan het menselijk brein de krachten van de natuur trotseren?
Starting from a similar fascination for nature and its processes, Kawashima (1985) translates his experience of nature in a fundamentally different manner. He grew up in the region in Japan where life came to a halt after the 2011 submarine earthquake. In the Netherlands we have come to know this incident of natural violence as the tsunami that destroyed Fukushima. We can all remember the disastrous images of the first days after the impact. Alarming reports of total destruction were accompanied in our media by mentions of the potentially terrifying consequences for our ‘ecosystem’. By creating a fictional visual narrative, Kawashima speaks about natural violence of similar magnitudes to initiate the conversation about the event itself. It needs no saying that such events inevitably make us stare the fragility of our bare existence in the face, but it remains one of the great mysteries of mankind how we manage to process this on an emotional level, or how it is possible to reach a catharis. Can the human brain defy the forces of nature? These concerns Kawashima puts central in his work.
met dank aan
Deze tentoonstelling is tot stand gekomen door de chemie tussen Stead Bureau’s Hester Keijser en G/P Gallery’s Sawako Fukai. Ook danken we Kohei Nawa|Damien Jalet en Tomoko Mukaiyama voor hun kennis en inspiratie en Stroom Den Haag en Arts Council Tokyo voor hun financiële bijdragen.
impressie tentoonstelling





Jasper Palstra over de tentoonstelling
Het sublieme is maakbaar geworden

‘POST BODY / NATURE’ in LhGWR toont een gezamenlijke, multidisciplinaire installatie van twee Japanse kunstenaars: Taisuke Koyama en Takashi Kawashima. De expositie biedt de beschouwer een overweldigende veelheid aan intense beelden. De twee kunstenaars geven zich helemaal over aan hun onderwerp: de natuur in het digitale tijdperk. Dit doen ze elk op hun eigen manier. Ze bewogen hemel en aarde om een overweldigend gevoel mee te geven aan de bezoekers van de expositie.

Juist dit laatste, het overweldigende gevoel en zelfs opgeslokt kunnen worden door de getoonde natuur, speelt in mijn optiek een belangrijke rol. Dat het onderwerp van een kunstwerk de verwoestende en zelfs levensbedreigende kracht van de natuur (lees: God) laat zien is sinds de romantiek een geaccepteerd gegeven. Het staat bekend als het sublieme en dergelijke onderwerpen kunnen sindsdien op waardering rekenen bij het publiek. Het werk van zowel Koyama als Kawashima heeft dit soort kwaliteiten en refereert hiermee aan de romantiek.
Kawashima toont onder meer beelden die op een poëtische manier verwijzen naar Fukushima na de tsunami, die er in 2011 woedde. Door de grootte van de beelden hebben ze het vermogen de beschouwer de foto ‘in te zuigen’, waardoor deze het gevoel kan krijgen aanwezig te zijn bij zo’n grote ramp. Een gevoel van nietigheid kan zich aan de beschouwer opdringen. Dit is een kwaliteit die, bijvoorbeeld, De IJszee (1823-24) van Caspar David Friedrich ook in zich draagt. Maar gaat het bij Fukushima wel om natuurgeweld? Enerzijds wel: er was sprake van een tsunami. Toch heeft de mens, met zijn kernenergie, een erg groot aandeel in deze ramp gehad. Dit maakt Fukushima tot een combinatie van een natuurramp en een cultuurramp.
Dit onderscheid vind ik wat gekunsteld en hierdoor enigszins vreemd overkomen. Liever haak ik in op wat bioloog Jelle Reumer zegt over de mens. Hij stelt dat de mens, homo sapiens, onderdeel is van de natuur en een sluitsteensoort genoemd kan worden. Dit is een soort met een zeer grote, bepalende, invloed op de omgeving. Met deze kennis in het achterhoofd zijn rampen als die in Fukushima gewoon als natuurgeweld te bestempelen. De eigentijdse natuur, inclusief rampen, wordt door de mens zelf gemaakt: de stijging van de zeespiegel, het gat in de ozonlaag en toxinen in het drinkwater. Het zijn slechts enkele voorbeelden van natuurdreigingen die de mens zelf creëert.

Waar de moeilijk te bevatten grootsheid van de natuur bij Kawashima, herkenbare, definieerbare, beelden tot gevolg heeft is dit bij Koyama niet het geval. Het zijn onherkenbare beelden, bijna of volledig monochroom. Afhankelijk van de kleur zouden het foto’s kunnen zijn van een oneindig heelal, regenbogen, de diepten van de oceaan of de zon van dichtbij. Al zoekende naar definieerbare zaken zijn het wellicht relevante associaties, toch is het niet wat Koyama ons laat zien. Zijn foto’s zijn het resultaat van onderzoek naar de natuur van het digitale. Wederom is er sprake van, Reumers definitie aanhoudend, door de mens gecreëerde natuur. De digitale wereld bestaat pas sinds de digitale revolutie aan het begin van de jaren ’70. Het is dus nog relatief onontgonnen terrein. Zoals het aardoppervlak enkele honderden jaren geleden nog grotendeels een mysterie was en men bedreigende ijszeeën kon tegenkomen, zo is de digitale wereld dit nu. Koyama gunt ons tijdens zijn ontdekkingsreis een kijkje in het ongewisse. Op een soortgelijke manier deden de Colorfield Painters, waaronder Barnett Newman, dit halverwege de 20ste eeuw. Zij kunnen worden gezien als late exponenten van de romantiek. Door middel van grote kleurvlakken trachtten ze mensen het mysterie dat schuilgaat achter deze kleuren op een zeer intense manier te laten ervaren. Men kon hierdoor in een meditatieve staat komen en soms zelfs een religieuze ervaring beleven: een sublieme belevenis. Zoals men in het geval van Friedrich via De IJszee bij God terechtkwam, zo kwam men bij Colorfield Painting via kleur bij God uit.

‘POST BODY / NATURE’ laat zien hoe de werken van twee verschillende kunstenaars op een betekenisvolle manier een dialoog met elkaar aangaan. De werken refereren aan het idee van het sublieme, een concept dat onlosmakelijk verbonden is met religie. In een, ogenschijnlijk, maakbare wereld is zo’n God overbodig geworden. Bij Kawashima komt de beschouwer, via aan Fukushima refererende beelden, uit bij de mens. Bij Koyama komt men, via de gemanipuleerde foto’s van de digitale wereld, ook terecht bij de mens. Hieruit is af te leiden dat de hedendaagse mens de sublieme ervaring, van natuurverschijnsel tot kunstwerk, volledig zelf kan creëren. Koyama en Kawashima tonen hiermee aan dat het sublieme maakbaar is geworden.

2016 days of awesome photo books


10 december 2016 – 04 februari 2017

Ontelbaar en niet te vermijden zijn ze: de ‘zorgvuldig samengestelde’ selecties van de beste / meest indrukwekkende / belangrijkste / veelbelovende (vul in uw favoriete click bait) van het jaar. Begin december duiken ook steevast de lijstjes met de beste fotoboeken van de wereld op. Sommige lezers maken daadwerkelijk gebruik van deze lijsten als cadeausuggesties voor de feestdagen, voor de oom of tante die van fotografie houdt, of voor die artistieke collega met zijn Instagram account. In het geval van het fotoboek – nog steeds vrijwel een insider affair – zijn deze lijstjes voornamelijk een kwestie van erkenning voor publicaties die zich boven het maaiveld of buiten het gebaande pad begeven. Maar meer dan dat zijn dergelijke eindejaarsopsommingen oefeningen in trendspotten, waarmee zowel critici als fotografen hun scherpte kunnen bewijzen. Meta-lijsten van lijsten worden aangelegd om de scores bij te houden welk boek het hardst geroemd of het best verkocht wordt, en dat is niet vanzelfsprekend een en dezelfde titel. Koortsachtig houden fotografen en uitgevers via social media hun fans en stakeholders op de hoogte waar en door wie hun boek vermeld wordt. Boekprijzen van reeds uitverkochte limited editions worden door kopers en verkopers bijgehouden alsof het aandelen op Wall Street betreft. Als dit allemaal ietwat hijgerig klinkt: dat is het ook, maar de nodige zelfspot en humor ontbreken gelukkig nooit. Dit jaar publiceerde Rudi Thoemmes van RRB Publishing zijn Marmite lijst, met daarop de slechtst verkochte boeken.

Met het einde van het jaar in zicht, vroegen het team van LhGWR en Hester Keijser van Stead Bureau zich af van wie zij ditmaal graag advies zouden willen krijgen over de beste fotoboeken. Misschien moeten we ons wenden tot de ideale kritische consument, een veelvraat die put uit een welhaast alomvattend assortiment van titels bij het afwegen van keuzes, van wie de smaakpapillen zo uitgebalanceerd zijn dat we blindelings de boeken die hij of zij aandraagt, kunnen vertrouwen? Voor de tentoonstelling 2016 days of awesome photobooks hebben LhGWR en Stead Bureau zes mensen die van het wikken en wegen van boeken en/of kunst een dagbesteding maken gevraagd een lijstje samen te stellen. Zes verzamelaars van de buitencategorie (zoals dat in de wielersport heet), wier namen bij menig boekwinkel de deuren ook buiten openingstijden doen openen, zijn uitgenodigd om een top zes te maken van de fotoboeken die zij hebben aangeschaft of gekregen in de afgelopen 2016 dagen, wat neerkomt op ongeveer 5,5 jaar. Daarbij waren zij volledig vrij om invulling te geven aan de begrenzingen van het fotoboek en kwam het bij de 2016 dagen niet op een dagje meer of minder aan. Ben je benieuwd? Kom kijken naar het bijzondere resultaat en geniet van de vrijheid die ze hebben genomen in hun keuzes.

2016 days of awesome photo books presenteert de favoriete boeken van Peter van Beveren, Flip Bool, Christian Caujolle, Paul Kooiker, Suzanne Swarts en Reyn van der Lugt. In aanvulling op de boeken zelf is een beperkt aantal kunstwerken van de gepubliceerde fotografen in de tentoonstelling opgenomen.

They are innumerable and unavoidable: the ‘carefully curated’ selections of the best / most impressive / important / promising (fill in your favorite click bait) of the year. Invariably, come December, the lists with the best photo books of the world join the queue. Some readers actually do use these lists as suggestions for the holiday shopping season, for the uncle or aunt who really digs photography, or for that artsy colleague with his Instagram account. In the case of the photo book – still pretty much an insider affair – these lists tend to revolve around recognition for publications that were the tallest poppies in the field, or which blossomed off the beaten path. But more than that, such end-of-the-year tallies are exercises in trend spotting with which both critics and photographers can prove their acuity. Meta-lists of lists are compiled to keep the score which books are praised the most or sold the best, and that is rarely one and the same thing. Feverishly, via social media, photographers and publishers keep their fans and stakeholders informed where and by whom their books are mentioned. Book prices of already sold out limited editions are monitored by buyers and sellers as if they were stocks on Wall Street. If this all sounds somewhat exhausting: indeed it is, but self-mockery and humor are never far away, thankfully. This year, Rudi Thoemmes of RRB Publishing published a so-called Marmite list, revealing his worst-selling books.

With the end of the year drawing near, the LhGWR team and Hester Keijser of Stead Bureau pondered whose advice on photo books to follow this time. Perhaps we should turn to the ideal critical consumer, a glutton who draws from a comprehensive range of titles when weighing choices, whose taste buds are so balanced that we can blindly trust the books he or she puts forward? For the exhibition 2016 days of awesome photo books LhGWR and Stead Bureau invited six people who practically have a day job in selecting and evaluating books and / or art, to compile a list. Six collectors of the highest ranks, whose names open doors after hours in many a bookshop, were asked to provide the best six books they purchased or received in the last 2016 days, which equals roughly 5,5 years. In addition, they were totally free to interpret the boundaries of the photo book, and the 2016 day limit could – no matter – well be a few days off the mark. Curious? Come visit the eclectic collection that resulted, and enjoy the liberties they took in choosing their favorites.

2016 days of awesome photo books showcases the favorite books of Peter van Beveren, Flip Bool, Christian Caujolle, Paul Kooiker, Suzanne Swarts and Reyn van der Lugt. In addition to the books themselves, a limited number of art works by the published photographers is included in the exhibition.

Meer over de tentoonstelling
impressie tentoonstelling